Nu liep hij enigszins sukkelachtig achter haar aan, om het wagentje van ijzergaas te duwen, waar zij haar aankopen in legde. "Wat heb je nog in huis?" had zij gevraagd. "Bloem? Zout? Kruiden?" "Helemaal niets, vrees ik, een brood van gisteren en nog een blikje sardientjes uit de reclameaanbieding van vorige week." "Daar heb ik niets aan"
Ze rende heen en weer naar de verschillende afdelingen om alle ingrediënten bij elkaar te zoeken; boter, bloem, zout, peper, champignons, twintig kleine uitjes, kruidnagel, peterselie, laurierblad, tijm, een pakje van zes eieren, een flesje koffieroom. Hij sjouwde maar achter haar aan met het wagentje, in zijn oren de suffe muziek die in supermarkten wordt gedraaid om de huisvrouw onder hypnose te brengen.
"Denk eraan, je koopt niets, behalve wat je werkelijk nodig hebt." "Nou, dat doe ik toch niet?" zei ze, "ik kijk wel uit. Wat wil je erbij eten? Aardappelen of rijst?" "Hoe weet ik dat nou?" Zij besliste dat het rijst zou zijn. Aardappelen moest je schillen en de aardappelen die je teveel had en niet schilde, lagen dan wekenlang enge spruiten te krijgen. "En heb je nog koffie?"
Hij dacht van niet en een lange wandeling volgde, op zoek naar de rekken met koffie. De leiding van een supermarkt zou er bijvoorbeeld niet over denken de etenswaren in alfabetische volgorde neer te leggen, of aan de ingang een plattegrond uit te reiken, zodat je vlug en gemakkelijk vinden kon wat je hebben moest. En als je de weg vroeg aan zo'n vent met een witte jas wees hij meestal ook nog de verkeerde weg. Met opzet natuurlijk; dat je zo lang mogelijk bleef zoeken en onderweg voor de verleiding bezweek nog het een en ander mee te pakken waar je niet naar zocht.
Hier was de koffie. En o, dat zou ze bijna zijn vergeten: een fles beaujolais! Ze waren al naar de kassa onderweg en opnieuw moesten ze terug door de met lekkernijen gestofferde doolhof, naar de wijnafdeling achterin.
Eindelijk stonden ze dan toch in een rij bij een kassa. 't Was waar dat hij die dag wel erg weinig had gegeten. Eigenlijk alleen een paar biertjes gedronken. Zo ging het dikwijls. Hij kon zich voorstellen dat hij uit zijn muil gestonken had en nu trilden zijn knieën werkelijk van de honger. Die mand daar lag vol met chocoladerepen, zes stuks in een plasticzakje. Voor de prijs van vier stond erbij, extra reclameaanbieding <<<<<<<<later meer>>>>>>>>>>>>>