De eerste chocoladesigaretjes zien we pas begin oktober in de winkels, en etalages met lege dozen, verpakt als sinterklaascadeautjes, verschenen pas halverwege die maand. Miljoenen zullen ze hebben misgelopen doordat ze niet vast in juli zijn begonnen, of april.
Met kerstaanbiedingen begonnen ze nog later, de sukkels. Ze wachtten tot de vals gezongen sinterklaasliedjes al bijna waren uitgeroeid tot ze de eerste wanstaltige ornamenten links en rechts op ons netvlies afvuurden: rood en groen en met een zoetsappigheid die er vanaf zou druipen als het niet zo akelig koud was buiten.
Inmiddels is alles kerst wat de kerstklokken slaat: het kruipt mierzoet de tv uit, grijnst je vrolijk toe vanaf elke pagina in elk blad en geen etalage is compleet zonder een guitige kerstman, die zich geen moment zorgen maakt om zijn cholestorolgehalte. Reclames vertonen zielsgelukkige mensen, die zich gezellig bij een haardvuurtje vermaken met elkaars aanwezigheid. Wat is dit toch een heerlijke tijd. Iedereen is blij en vrolijk, we vreten ons helemaal vol en laten de drank rijkelijk vloeien. Vervolgens maakt die overvloed ons melancholiek, waardoor we vaag lallend gaan zitten mijmeren over de mooie kerstgedachte.
(oude kerstgedachten, maar niet minder waar)
Kerst = kut.