Toen ik nog een Amsterdams straatschoffie was kreeg ik veelal te maken met mensen die van de wetgevende hand waren. Mijn moeder was er nooit voor me, mijn vader heb ik nooit gekend en mijn oma was een kwalijk te nemen zelfingenomen heks. Zo een van het ergste soort, die je alleen voedt omdat het door de maatschappij van haar verwacht wordt. Niet omdat ze het je gunt of omdat je het nodig hebt om te overleven. Dat krijg je met een moeder die haar doos door elke van de straat geplukte rijke laat opvullen met wild vlees en er nooit voor je is. Op een willekeurige dag heb ik het hele zooitje maar in de steek gelaten. Niets voor mij dat overbodige aanhankelijke. Onafhankelijk zijn is zó veel beter te verantwoorden tegenover je geweten.
Maar, zoals alles, op een gegeven moment moet je. Je wilt kleren, het is koud. Je moet eten, je hebt honger. Dus daar sta je dan op je 14e een kruidenierszaak met twee van je beste kameraden te beroven, om uiteindelijk drie weken gevangenisstraf te omarmen. Het leven is geen pretje en dat realiseer ik me maar al te goed. Als je op je 16e wordt gedwongen de prostitutie in te gaan dan denk je wel drie keer na over een makkelijk leven. Het bleef gelukkig bij één klant. Nu ben ik 31, een tikkeltje wijzer, groter en verstandiger. Ik wens niemand toe wat ik heb meegemaakt. Maar Phillip Cocu, die bij heeft gedragen aan de 5-1 overwinning en het kampioenschap van PSV, komt wel heel erg in de buurt. Het kampioenschap was te proeven. En dan toch… …in dat laatste kwartiertje…